Vrede brengen

Aikido is niet vechten en niet vluchten (no fight or flight), maar blijven en spelen (stay and play). Dat betekent verantwoordelijkheid nemen (blijven) en levensvreugde en harmonie brengen (spelen), ofwel vrede brengen.

Aikido serieus beoefenen is vrede brengen.

Vrede is niet (alleen) de afwezigheid van vechten. Vrede brengen is het vermogen om harmonie te ‘veroorzaken’. Harmonie is niet slechts de afwezigheid van agressie en geweld en het ontstaat niet vanzelf. Het is iets anders dan balans. Dat ontstaat wel vanzelf. Balans is de resultante van wat gebeurt, wat er ook gebeurt. Vechten kan onderdeel zijn van een balans, maar wie vecht is nooit in harmonie.

Om dit te illustreren nemen we het beeld van een glas water. Als het glas in rust is, is het water in rust. Door het glas te bewegen, beweegt het water in het glas. Het zoekt zijn balans en kan over de rand van het glas heen gaan. Door een glas water voorzichtig te bewegen blijft het water op zijn plaats. Ook het leven kunnen we zo leven dat het water altijd op zijn plaats blijft, rustig, voorspelbaar, zonder onverwachte bewegingen, misschien een beetje saai. Als we niet bang zijn soms wat te morsen, zullen we het leven minder voorzichtig leven.

Hoe kunnen we voluit leven en toch zo min mogelijk morsen? We zetten in op harmonie en blijven in contact met de omgeving om te voelen hoe we het glas moeten houden zodat het water niet over de rand gaat wanneer we bewegen. Als we hier kundig in worden, kunnen we behoorlijk bewegen, zelfs het glas volledig ronddraaien, zonder er een een troep van te maken. We kunnen ook sneller de rust herstellen als anderen voor onrust zorgen.

Dat is aikido.

Theorie van het leven: Hart en hoofd

Het hart is een vitaal orgaan. Het zorgt ervoor dat ons lichaam voortdurend wordt voorzien van zuurstofrijk bloed. Als we ons inspannen moet het harder werken omdat er meer zuurstof nodig is. Ons hart doet echter meer dan bloed rondpompen. Het is niet alleen een machine, het is ook een gevoelsorgaan. Liefde associeren we met ons hart en de schrik slaat ons om het hart als we angst ervaren.

Yoshigasaki sensei zegt dat we eerder waarnemen met ons hart dan met onze hersenen. Met name angst wordt door het hart waargenomen voordat onze hersenen onraad ruiken. Angst is echter een slechte raadgever en het is goed om niet standaard intuïtief te reageren op angst. Dat betekent dat we het hart niet automatisch moeten volgen, maar dat het goed is een controle in te bouwen om te zien of de angst reëel is of niet. Het geeft ons ook meer mogelijkheden om te zien wat mogelijk is waardoor we onszelf beter kunnen beschermen. Aikido kan een goede oefening hiervoor zijn.

(Dit is een onderdeel van de life-theory van Yoshigasaki sensei, geschreven in mijn eigen woorden, zoals ik het heb begrepen, uitgebreid met eigen inzichten.)

Theorie van het leven: Stap voor stap (verleden, nu, toekomst)

Het idee dat we hebben over het leven bepaalt voor een groot deel hoe we leven. Dit geldt ook voor onze ideeën over verleden en toekomst. Goed beschouwd is er alleen het nu. Het verleden is geweest, de toekomst is er nog niet. Er is alleen nu. We creëren in ons brein ideeën en beelden van verleden en toekomst en leven alsof verleden en toekomst werkelijk bestaan. Dit geeft ons een beeld van wie wij zijn en perspectief voor handelen.

Het beeld dat wij hebben van het verleden en de toekomst verdient onze aandacht. Onze ervaringen uit het verleden kunnen waardevol zijn om ons leven richting te geven en om op de juiste manier te handelen. Te veel aandacht schenken aan het verleden kan resulteren in te weinig aandacht voor het heden en de toekomst. Een te duidelijk doel stellen dat (te) ver in de toekomst ligt, heeft ook zijn risico’s. Mogelijk heb je hierdoor (te) weinig aandacht voor dingen die niet bijdragen aan het bereiken van je doel, zoals aandacht voor mensen in je omgeving. Of misschien zie je deze mensen zelfs als obstakel op weg naar je doel. Een ander risico bij doelen die ver in de toekomst liggen is, dat de lat gemakkelijk te hoog wordt gelegd. Teleurstelling is dan het resultaat, ondanks al het harde werken.

Gezond en bewust leven betekent je voorbereiden op wat kan komen door je voor te stellen welke richtingen je levenslijn op kan gaan en welke zijpaden daarbij mogelijk zijn. (Zie ook artikel over lijndenken.) Op deze mogelijkheden kun je je voorbereiden. Vervolgens leef je je leven stap voor stap, zover je dat kunt overzien. Bij iedere stap kunnen er mogelijke zijpaden afvallen die er niet meer toe doen. Dit is denken in lijnen (mogelijkheden) i.p.v. in punten (doelen). Dat is een fundamenteel andere benadering.

Je levenslijn ontwikkelt zich en krijgt vorm. Afhankelijk van de ervaringen die je hebt zul je betekenis geven aan je verleden. Je verleden kan dus veranderen. Dit kan op zijn beurt effect hebben op stappen die je neemt richting de toekomst. Toekomst en verleden beïnvloeden elkaar steeds opnieuw. Je levenslijn (verleden en toekomst) is steeds aan verandering onderhevig.

Yoshigasaki sensei heeft ons een manier gegeven om in het nu te zijn: Ga in verbeelding naar de toekomst over een seconde en kom terug naar het nu. (You come back from the future.) Verschillende oefeningen die we al doen kunnen we op deze manier inzetten: Op de tenen en terug. In seiza, openen en sluiten.

(Dit is een onderdeel van de life-theory van Yoshigasaki sensei, geschreven in mijn eigen woorden, uitgebreid met eigen inzichten.)

Theorie van het leven: Een juiste lichaamshouding

Wat is een goede, juiste houding? Kun je dat alleen zien, of kun je daar ook iets zinnigs over zeggen? Ja, dat kan. Yoshigasaki sensei heeft er uitgebreid bij stilgestaan tijden het zomerseminar in St Michielsgestel.

Een goede houding wordt bereikt wanneer hoofd, ruggenwervels, schouderbladen en bekken goed verbonden zijn om het lichaam stabiliteit te geven. Hoofd en ruggenwervels kunnen daarbij los van de schouderbladen bewegen. Die zitten niet aan elkaar vast. D.m.v. oefeningen geven we hier aandacht aan en houden/maken we het lichaam soepel.

Een stevige houding wordt bereikt door te leren de schouderbladen op zijn plek te houden. Wanneer iemand rechtop staat en je test (= zacht duwen) tegen de heup zal iemand altijd stevig aanvoelen. Wanneer je tegen de schouder test is dit niet vanzelfsprekend stevig. De spieren tussen schouders en bekken moeten deze stabiliteit verzorgen.

De schouderbladen zijn verbonden met de armen. De manier waarop we de armen bewegen in coördinatie met de schouderbladen bepaalt mede onze stabiliteit. Wanneer we de spieren tussen schouders en nek te veel aanspannen, vermindert dat onze stabiliteit. De schouders moeten niet opgetrokken zijn, maar ontspannen “hangen”, ook als we onze armen omhoog steken.

Het bekken is verbonden met de benen. D.m.v. rek-oefeningen kunnen we het bekken openen en onze mogelijkheden vergroten om soepel te (blijven) bewegen.

Theorie van het leven: De zin van mediteren

Yoshigasaki sensei benadrukt het belang van mediteren. Er bestaan echter meerdere vormen van meditatie. Om te begrijpen welke manier van mediteren voor ons zinvol is, is het belangrijk dat we begrijpen wat we willen bereiken met de meditatie. Binnen het aikido gebruiken we meditatie om de coördinatie tussen lichaam en geest zo goed mogelijk plaats te laten vinden. Dit helpt ons ook om gezond te leven.

Wanneer we mediteren doen we niets, althans, we verrichten geen handelingen. We zitten stil en nemen waar. We nemen waar zonder woorden te geven aan dat wat we waarnemen. Als we tijdens de meditatie toch een waarneming duiden met woorden, dan verbindt deze waarneming zich via de woorden met betekenissen buiten onze waarneming en met ons verleden, omdat we gebruik zullen maken van onze kennis. We zijn dan niet langer aan het waarnemen, maar aan het denken. We richten ons dan op ons verleden (wat we weten) of onze toekomst (wat we willen). Beide zijn gedachten.

Mediteren heeft effect op de korte- en de langere termijn. Het korte termijn effect is tot rust komen en fysiek beter in balans zijn. Mediteren verbetert de coördinatie tussen lichaam en geest, tussen hoofd en hart. De effecten voor de langere termijn bouwen hier op voort. Je lijf leert dat je ook bestaat als je niet denkt en kan beter functioneren, reageren op waarneming, omdat het steeds minder afhankelijk is van denk-opdrachten. Dit vergroot je mogelijkheden om gezond en in vrijheid te leven en om jezelf en anderen te beschermen wanneer dat nodig is.

(Dit is een onderdeel van de life-theory van Yoshigasaki sensei, geschreven in mijn eigen woorden, uitgebreid met eigen inzichten.)

Theorie van het leven: Lijnen en punten

Dit artikel beschrijft een onderdeel van de life-theory van Yoshigasaki sensei, geschreven in mijn eigen woorden, aangevuld met eigen inzichten.

Er is een groot verschil tussen denken in lijnen en het denken in punten. Denken in punten geeft eenduidige richting, duidelijkheid en structuur. Je weet (denkt te weten) waar je aan toe bent. Denken in punten past echter niet bij het leven. Het leven ís niet duidelijk. Je weet niet zeker of je een bepaald doel zult bereiken. Als je kost wat kost een bepaald doel wilt bereiken in je leven, zul je datgene wat op je pad komt zien als een obstakel dat in de weg staat. De duidelijkheid en structuur die iemand beleeft in zijn leven zijn vaak erg persoonlijk en staan goed contact tussen mensen vaak in de weg.

Het leven bestaat niet uit punten. Het is er geen optelsom van. Om het leven te begrijpen kun je beter in lijnen denken. Een lijn is geen optelsom van punten. Je weet niet waar de lijn je brengen zal. Als we het leven zien in lijnen dan is de ontmoeting tussen mensen een ontmoeting van lijnen die contact maken in plaats van objecten die zich tot elkaar aangetrokken voelen of met elkaar botsen. Een punt is zwart-wit, wel of niet, aardig of onaardig. Een lijn werkt niet met contrasten, reageert op wat het tegenkomt, kan van vorm veranderen.

De belangrijkste reden dat de meeste mensen in het Westen, en langzaamaan over de hele wereld, in punten denken komt omdat we ons leven afhankelijk hebben gemaakt van materie. Het gedrag van materie is wel te begrijpen door in punten te denken. Door in punten te denken hebben we geleerd dat we materie (tot op zekere hoogte) kunnen beheersen. Dat heeft ons veel macht en welvaart gebracht. Dit puntdenken en het idee te willen controleren en beheersen passen we ook toe op het leven. We denken dat we ook het leven kunnen controleren. Dat dit vaak ten koste gaat van de kwaliteit van leven wordt steeds duidelijker. Het feit dat machines en materie het leven aangenamer en lichter kunnen maken betekent nog niet dat het leven ook meer kwaliteit krijgt. Denken dat meer controle op het leven leidt tot meer kwaliteit van het leven is een misverstand met grote gevolgen. Je kunt het gedrag van mensen, dieren en planten niet begrijpen, laat staan controleren door in punten te denken. Puntdenken maakt dat ons brein zich focust en zichzelf vastzet. Het creëert conflicten, machtsmisbruik en onbegrip. Lijndenken geeft ruimte aan creativiteit en harmonie. Het creëert in wezen harmonie.

Onze maatschappij wordt gedomineerd door puntdenken, machinedenken en controledenken. We zijn er mee opgegroeid. Ons handelen wordt er door gestuurd. Lijndenken doen we echter ook, bijvoorbeeld als we ontspannen en zonder teveel te willen, maar met aandacht in de tuin werken, lekker koken, goed contact maken met een ander, iemand verzorgen, knuffelen, vrijen, mooie dingen maken. Wanneer we meer en meer in lijnen leren denken kunnen we ons leven meer en meer kwaliteit geven. Er zijn meerdere manieren om lijndenken te ontwikkelen. Één daarvan is aikido, mits we het op de juiste manier beoefenen.

Theorie van het leven: werking van de hersenen

Dit artikel beschrijft een onderdeel van de levens-theori van Yoshigasaki sensei, geschreven in mijn eigen woorden, aangevuld met eigen inzichten.

Ons brein is een ingewikkeld ding. Er schijnen meer verbinden tussen brein-synapsen te zijn dan er sterren zijn in het heelal. Dick Swaap (o.a.) heeft er een dik boek over geschreven (wat ik niet gelezen heb). Yoshigasaki sensei houdt het simpel voor ons: We hebben een linker- en een rechter hersenhelft. De linkerkant bevat o.a. onze taalmogelijkheden (die we gebruiken om te denken) en onze verbeelding. De rechter hersenhelft stuurt ons lichaam aan en doet dat min of meer automatisch, als vanzelf. Ons hart klopt, we verteren ons voedsel, we reageren op wat we tegenkomen. De rechter hersenhelft werkt erg zelfstandig. De linkerkant kan de rechterkant echter wel flink beïnvloeden en niet altijd op een gunstige manier. Het is dus zaak dat we leren hoe de linkerkant de rechterkant kan ondersteunen. Een belangrijke steun van “links” is “stil zijn”, niet mee bemoeien. Laat de rechterkant doen wat ie goed kan: het lichaam aansturen op een intuïtieve manier.

Denken (links) is woorden geven aan indrukken, gedachten, gevoelens. Het denken beïnvloed ons handelen in grote mate en weerhoud ons lichaam om natuurlijk en snel te kunnen reageren. Denken gaat relatief langzaam. Als we voortdurend zouden denken voordat we handelen zouden we in een soort constante vertraging leven. Denken gebeurt als vanzelf in punten omdat we woorden gebruiken, waarmee we onze beelden en ons handelen gemakkelijk vastzetten. het is daarom belangrijk dat we in lijnen leren denken, lijnen gaan zien (zie ook artikel over lijnen en punten).

Hoe kunnen we het taaldeel van ons brein uitschakelen? Onder andere door te mediteren. We doen dan niets en ervaren een situatie van niet-denken. We geven dan geen woorden aan onze waarneming of gedachten. Dit vergt enige oefening. Deze “stilte ervaring” uit de meditatie kan ons lichaam opslaan en gebruiken als het gaat handelen. Door oefeningen kunnen we leren ons denken (bewust) uit te zetten zodat we leren te vertrouwen op ons intuïtief handelen. (Zie ook artikel over mediteren.)

Door verbeelding (links) kunnen we ons lichaam “sturen”. Dat doen we voortdurend op allerlei manieren, positief en negatief. Positief is wat ons betere kansen in de nabije toekomst geeft. Verkeerde verbeelding maakt dat ons lichaam minder goed functioneert dan het zou kunnen. Het is daarom belangrijk na te gaan welke verbeelding we gebruiken bij hetgeen we doen. Gaat iets vanzelf, dan gebruiken we waarschijnlijk de juiste verbeelding. Gaat iets niet vanzelf, ontstaat er weerstand, dan gebruiken we waarschijnlijk een verkeerd beeld om ons handelen te sturen.